1000 vragen aan mezelf (93)

921. Kun je lekkere hapjes maken?
Ja

922. Wat heb je onlangs zelf voor elkaar gekregen?
Nieuw vrijwilligerswerk

923. In hoeverre lijkt jouw leven op een sprookje?
Niet

924. Wat snap je soms nog steeds niet?
Of iets met een D of T of DT geschreven wordt

925. Waar mogen ze je ’s nachts voor wakker maken?
Kopje koffie met melk

926. Draag je dagelijks make-up?
Niet dagelijks maar als ik make-up gebruik dan is het alleen mascara. Wat ik wel elke ochtend gebruik is zonnebrand ook als de zon niet schijnt. Maar dat is geen make-up 😉

927. Welke meditatieoefening is je favoriet?
Een meditatie van Meditation Moments

928. Wat zou je doen (of hebben gedaan) als mensen gemiddeld veertig jaar werden?
Hetzelfde als nu. Alles staat op papier en nabestaanden weten wat er moet gebeuren. Ze hoeven niet te zoeken én bij verandering pas ik dat aan.

929. Waar erger je je aan bij anderen, maar doe je zelf ook?
Graaien in een zak chips. Zelf “graai”  ik dat ‘zachter’

930. Heb je ooit getwijfeld over je geaardheid?
Nee

9 gedachten over “1000 vragen aan mezelf (93)”

  1. Mooie antwoorden weer, precies zoals ik jou ook ken.

    Wat 924 betreft… als je de woorden ‘ik” kunt toepassen dan een d …. ik word… Kun je de woorden zij/hij toepassen dan wel met een t. Twijfel je daarna nog gebruik dan een ander woord …bijvoorbeeld “loop” … ik loopt klinkt niet dus geen t – en hij/zij loop… dat klinkt ook niet dus moet er een t achter… oftewel:

    1) Is het onderwerp ik? Dan schrijf je altijd de ik-vorm. Er bestaan géén werkwoorden waarbij de ik-vorm eindigt op –dt.
    2) Is het onderwerp jij/hij/zij of het? Dan schrijf je altijd ik-vorm + t. Dus kan de persoonsvorm nooit op een d eindigen.

    Hopelijk legde ik het duidelijk genoeg uit 😉

    <3

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *